Tweede UN-Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst

De jaren van 2015 tot 2024 werd door de Verenigde Naties uitgeroepen tot UN International Decade for People of African Descent (Internationaal Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst). Het idee erachter was om de rechten en het welzijn van mensen van Afrikaanse afkomst wereldwijd te bevorderen, met als thema ‘Erkenning, Rechtvaardigheid en Ontwikkeling’. Dit decennium had tot doel de levensomstandigheden van mensen van Afrikaanse afkomst wereldwijd te verbeteren en discriminatie tegen te gaan. Nu we ons in 2025 bevinden, is het tijd om de balans op te maken en vooruit te kijken naar de toekomst. De VN stelde drie kernpijlers vast. Erkenning van de bijdrage van mensen van Afrikaanse afkomst aan samenlevingen wereldwijd en bewustwording van de historische onrechtvaardigheden waarmee zij zijn geconfronteerd, zoals slavernij en kolonialisme. Het bestrijden van raciale discriminatie en ongelijkheid in het rechtssysteem en bredere sociale structuren. En het verbeteren van sociaaleconomische omstandigheden, toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid en politieke participatie.

Stand van Zaken

Aangespoord door dit VN-Decennium zijn er in de afgelopen tien jaar wereldwijd inspanningen geleverd om de positie van mensen van Afrikaanse afkomst te verbeteren. In Nederland heeft de erkenning van institutioneel racisme een prominente plaats gekregen in het publieke debat, mede door incidenten zoals het toeslagenschandaal, de Black Lives Matter demonstraties en etnische profilering bij de KMAR, de Koninklijke Marechaussee. Als het gaat om antizwart racisme en Afrofobie dan zijn de uitdagingen in onze samenleving nog altijd heel groot. Er zijn nog steeds diepgewortelde vooroordelen jegens mensen van Afrikaanse komaf. Stereotypen en vooroordelen blijken hardnekkig te zijn en moeilijk te doorbreken. Ondervertegenwoordiging van mensen van Afrikaanse afkomst in leidinggevende posities belemmert beleidsverandering en houdt vooroordelen in stand.

Een rapport van het European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) uit oktober 2023 toont aan dat bijna de helft van de mensen van Afrikaanse afkomst in de EU racisme of discriminatie ervaart. In landen als Frankrijk en Duitsland ligt dit percentage zelfs boven de 66%. Opvallend is dat Nederland niet is meegenomen in dit onderzoek. Desalniettemin kunnen wij als Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) ervan uitgaan dat Nederland waarschijnlijk vergelijkbare problemen kent.

Wat is terechtgekomen van de implementatie van het VN-Decennium?

De resultaten zijn wisselend en sterk afhankelijk van de regio. De VN heeft op beleidsniveau initiatieven genomen zoals het Permanent Forum on People of African Descent en aanbevelingen voor landen om hun wetten en beleid te herzien. Op nationaal niveau hebben sommige landen programma’s opgezet om raciale ongelijkheid aan te pakken, zoals Brazilië, Colombia en de VS. De EU heeft in 2020 een EU Anti-Racism Action Plan gelanceerd. In Nederland is de aandacht voor de geschiedenis van de trans-Atlantische slavenhandel en de erfenis ervan toegenomen, bijvoorbeeld via educatie, musea en herdenkingen. Maar overall bekeken is Nederland erg passief geweest in het invullen en uitdragen van de kernpijlers van de VN-decade. Terecht hebben veel organisaties en activisten aangekaart dat de VN-decade te weinig tastbare veranderingen heeft opgeleverd. Er was geen bindend mechanisme voor landen om maatregelen af te dwingen. In veel landen blijven systematische ongelijkheden in toegang tot onderwijs, werk en gezondheidszorg bestaan. Ook in Nederland! Er was geen specifieke VN-fondsenwerving, waardoor veel initiatieven afhankelijk waren van nationale regeringen of ngo’s. Dus, hoewel de decade heeft bijgedragen aan erkenning en bewustwording, blijft de impact op structurele ongelijkheden beperkt. Veel organisaties en ngo’s hebben daarom gepleit voor een verlenging van de VN-decade, maar dit keer met bindende afspraken.

Wat heeft Nederland concreet gedaan aan de invulling van de VN-decade?

Nederland heeft tijdens het VN Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst vrij weinig initiatieven ontplooid om de positie van mensen van Afrikaanse afkomst te verbeteren. Hieronder een overzicht van enkele belangrijke acties en de resultaten daarvan: In oktober 2017 werd in Den Haag het LBOSCAAN opgericht. Dit orgaan streeft ernaar de stem van de Afrikaanse gemeenschap in Nederland te versterken en aandacht te vragen voor kwesties als institutionele uitsluiting en racisme. In oktober 2016, bij de lancering van het VN Decennium werd de Decade Innovation Award geïntroduceerd, een prijsvraag voor innovatieve ideeën die bijdragen aan bewustwording over anti-zwart racisme en het tegengaan van vooroordelen. Met steun van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werden twee fondsen opgericht: VN Decennium Fonds Sociaal, beheerd door het Oranje Fonds dat sociale initiatieven ondersteunt die bijdragen aan de empowerment en inclusie van mensen van Afrikaanse afkomst. En het VN Decennium Fonds Cultuur werd ondergebracht bij het Prins Bernhard Cultuurfonds, nu Het Cultuurfonds geheten. Dit fonds richt zich op culturele projecten die de positie van mensen van Afrikaanse afkomst versterken.  Verder heeft het kabinet het belang benadrukt van een dialoog over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de hedendaagse samenleving. Dit dialoog richt zich op een bredere erkenning en inbedding van dit gedeelde verleden.  

Hoewel bovenstaande initiatieven zijn genomen, is er kritiek op de effectiviteit en reikwijdte ervan. Veel mensen van Afrikaanse afkomst waren niet op de hoogte van het VN Decennium en de bijbehorende activiteiten. Bovendien werden sommige evenementen gepland op momenten die voor de doelgroep ongunstig waren, wat de participatie verminderde. Het beschikbare budget voor initiatieven werd door sommigen als onvoldoende beschouwd om diepgewortelde problemen, zoals institutioneel racisme, effectief aan te pakken. Hoewel er fondsen en prijzen zijn ingesteld, is het de vraag in hoeverre deze hebben geleid tot duurzame structurele verbeteringen in de positie van mensen van Afrikaanse afkomst in Nederland. Kortom, ondanks inspanningen en initiatieven vanuit zowel de overheid als maatschappelijke organisaties, blijft de daadwerkelijke impact op de lange termijn onderwerp van discussie en is voortdurende inzet noodzakelijk.

Kritiek op Nederland

Omdat Nederland passief bleef bij de bestrijding van discriminatie en racisme en dus van ongelijkwaardigheid van mensen van Afrikaanse komaf is er tijdens het VN Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst stevig kritiek geuit op het Nederlandse beleid, zowel door internationale organisaties als binnenlandse actoren. Het VN-Comité voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie heeft Nederland geadviseerd actief bij te dragen aan het uitbannen van negatieve stereotyperingen verbonden aan Zwarte Piet, vooral die welke herinneren aan het slavernijverleden. Hoewel de overheid veranderingen in de traditie niet wilde opleggen, werd benadrukt dat het feest voor iedereen toegankelijk en inclusief moet zijn.  Er is kritiek op het feit dat de Nederlandse politie zich schuldig zou maken aan discriminatie, met name door etnisch profileren. Het VN-Comité adviseerde daarom de implementatie van een nationaal actieplan tegen rassendiscriminatie om dergelijke praktijken tegen te gaan. Nederland is bij de VN aangeklaagd wegens ‘afrofobie’, waarbij gesteld werd dat burgers met Afrikaanse roots niet als specifieke groep worden erkend. Dit gebrek aan erkenning zou leiden tot racistische praktijken en een tekortschietende wettelijke bescherming tegen discriminatie.  Er is kritiek dat het Nederlandse onderwijs onvoldoende aandacht besteedt aan het slavernijverleden en kolonialisme. Het VN-Comité adviseerde daarom meer educatie over deze onderwerpen om discriminatie en intolerantie te bestrijden. En tot slot hebben VN-rapporteurs kritiek geuit op het Nederlandse asielbeleid, met name op het gebrek aan noodopvang voor afgewezen asielzoekers. Ze benadrukten dat toegang tot noodhulp een recht is en dat de Nederlandse regering een internationale verplichting heeft om deze hulp te bieden. Samenvattend wijzen deze kritieken op de noodzaak voor Nederland om meer structurele en inclusieve maatregelen te nemen om discriminatie tegen mensen van Afrikaanse afkomst effectief aan te pakken.

Echter, het was wel mooi en indrukwekkend dat in het afgelopen decennium er meer aandacht was voor het slavernijverleden en de doorwerking ervan in het heden. In 2022 bood de Nederlandse regering excuses aan voor het slavernijverleden. De discussie over Zwarte Piet heeft geleid tot aanpassingen in het Sinterklaasfeest. Er is meer aandacht voor diversiteit en inclusie in bedrijven en onderwijs. Maar waar Nederland tekortschoot is het gebrek structurele veranderingen. Het beleid had weinig concrete maatregelen om institutioneel racisme structureel aan te pakken. Etnisch profileren door de politie blijft een probleem. Ook is er onvoldoende erkenning van Afrofobie; Nederland erkent Afrofobie niet als een specifieke vorm van discriminatie. Onderwijs en bewustwording blijven achter: Het slavernijverleden krijgt nog steeds te weinig aandacht in het onderwijs. Mensen van Afrikaanse afkomst waren niet of nauwelijks op de hoogte van de VN-Decade en de fondsen.

Of de UN Decade for People of African Descent in Nederland als mislukt kan worden beschouwd hangt af van het perspectief dat wordt gehanteerd. Zoals hierboven betoogd zijn er enkele positieve ontwikkelingen, maar ook gemiste kansen. Concluderend kun je stellen dat het eerste VN-Decade in Nederland wel bijgedragen heeft aan meer bewustwording, maar er zijn geen fundamentele veranderingen gekomen in wetgeving, beleid of maatschappelijke structuren. Veel van de aanbevelingen van de VN zijn niet opgevolgd en de impact op het dagelijks leven van mensen van Afrikaanse afkomst is beperkt gebleven. Een gemiste kans. Het had een startpunt kunnen zijn voor echte verandering, maar zonder harde beleidsmaatregelen blijft de impact vooral symbolisch.

Hoe nu verder met de Decade?

De Verenigde Naties hebben nu besloten een tweede decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst uit te roepen om de inspanningen voor erkenning, gerechtigheid en ontwikkeling voort te zetten en te versterken. Dit loopt van 2025 tot 2034. Op 17 december 2024 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie daartoe aangenomen. Inmiddels is het Tweede Decennium ingegaan. Het thema van dit nieuwe decennium is wederom ‘Erkenning, Rechtvaardigheid en Ontwikkeling’. Redenen voor dit tweede decennium is dat mensen van Afrikaanse afkomst wereldwijd nog altijd worden geconfronteerd met racisme, discriminatie en sociaaleconomische ongelijkheden. Een verlenging van het decennium biedt de mogelijkheid om deze kwesties blijvend aan te pakken. Hoewel er een beetje vooruitgang is geboekt, zijn er nog steeds diepgewortelde structurele barrières die volledige gelijkheid in de weg staan. Een tweede decennium kan helpen om deze structurele obstakels te identificeren en te overwinnen. Het voortzetten van succesvolle projecten en het implementeren van nieuwe strategieën kunnen bijdragen aan duurzame verbeteringen in de levensomstandigheden van mensen van Afrikaanse afkomst.

Wat moet er in de toekomst gebeuren?

Om de positie van Afrikaanse Nederlanders de komende tien jaar structureel te verbeteren is een brede aanpak nodig op verschillende niveaus: wetgeving, onderwijs, werkgelegenheid, representatie en cultuur. Hier zijn enkele concrete stappen die Nederland zou kunnen nemen. Om te beginnen, de juridische erkenning van Afrofobie als een specifieke vorm van racisme, zodat er gerichter beleid tegen kan worden gevoerd. Voorts moet er een nationaal actieplan anti-zwart racisme worden gemaakt met bindende doelen en structurele financiering. Daarnaast moet er een onafhankelijk toezicht op discriminatie in overheidsinstanties en bedrijven komen. Wat onderwijs en geschiedenis betreft, het is aan te raden om te komen tot verplichte en diepgaande lesstof over het slavernijverleden en kolonialisme in het onderwijs, met nadruk op de doorwerking in de hedendaagse maatschappij. Training voor leraren om racisme en vooroordelen in het klaslokaal tegen te gaan. Meer inclusieve schoolboeken en leermaterialen die bijdragen aan positieve beeldvorming van Afrikaanse culturen en de diaspora. Op het terrein van arbeidsmarkt en economie is het belangrijk om de bestrijding van discriminatie bij sollicitaties door middel van anoniem solliciteren of strengere handhaving van antidiscriminatiewetten. Meer leiderschap en ondernemerskansen voor Afrikaanse Nederlanders, bijvoorbeeld door gerichte subsidies en mentorprogramma’s. Monitoring van representatie in bedrijven en overheid, met transparante cijfers over diversiteit in hogere functies. Verder moet in Nederland strenger opgetreden worden tegen etnisch profileren, bijvoorbeeld door een onafhankelijke toezichthouder met sanctiebevoegdheden. Meer diversiteit binnen de politie en justitie, zodat deze beter de samenleving weerspiegelen. Betere bescherming tegen haatmisdrijven, inclusief snellere en effectievere strafrechtelijke vervolging van racistische incidenten. Meer representatie van Afrikaanse Nederlanders in de media en cultuursector, zowel voor als achter de schermen. Actieve bestrijding van stereotypering en negatieve beeldvorming in films, televisie en journalistiek. Meer financiering voor Afrikaanse culturele en maatschappelijke organisaties om gemeenschappen te versterken. Het zou mooi zijn indien er ook sterkere banden komen met Afrikaanse landen en diaspora-gemeenschappen in Europa voor economische en culturele samenwerking.

Conclusie

Met de start van het tweede decennium is het van belang dat zowel de overheid als het maatschappelijk middenveld in Nederland blijven samenwerken om discriminatie en racisme tegen te gaan. Dit omvat het ontwikkelen van nationale actieplannen, het bevorderen van bewustwording en educatie, en het implementeren van beleidsmaatregelen die gericht zijn op gelijkheid en inclusie. Het tweede decennium biedt een hernieuwde kans om de uitdagingen waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd aan te pakken en te streven naar een rechtvaardige en inclusieve samenleving voor iedereen. Kortom, hoewel specifieke plannen voor het tweede decennium nog niet zijn aangekondigd, is het van belang dat Nederland zijn inspanningen voortzet en versterkt om racisme en discriminatie tegen te gaan, in lijn met de doelstellingen van het Internationaal Decennium voor Mensen van Afrikaanse Afkomst. Over tien jaar streven we naar een samenleving waarin gelijkheid en rechtvaardigheid centraal staan. Dit houdt in dat discriminatie op basis van huidskleur of afkomst is niet langer aanwezig in onze samenleving. Mensen van Afrikaanse afkomst gelijke toegang hebben tot onderwijs, werkgelegenheid en huisvesting. Beleidsmakers actief diverse gemeenschappen betrekken bij het ontwikkelen en implementeren van beleid. En dat er een breed gedragen bewustwording is over de geschiedenis en bijdragen van mensen van Afrikaanse afkomst, ondersteund door educatieve programma’s.

De afgelopen 10 jaar waren vooral gericht op bewustwording en symbolische erkenning. In de komende 10 jaar moet de focus liggen op concrete structurele veranderingen. Dit betekent bindende wetgeving, systematische hervormingen en gerichte investeringen in onderwijs, werkgelegenheid, rechtvaardigheid en representatie. Alleen zo kunnen Afrikaanse Nederlanders echt gelijkwaardige kansen krijgen in de samenleving.